Opstookprotocol voor uw nieuwe vloerverwarming

‘Wat is het opstookprotocol van mijn vloerverwarming?’ is een vraag die wij vaak horen. U gebruikt een opstookprotocol om een nieuwe zandcement- of anhydrietvloer te laten uitharden/drogen. Door de watertemperatuur stapsgewijs te verhogen zorgt u er voor dat de afwerkvloer niet scheurt door zettingen.
 
Vanwege de garantie op scheurvorming dient het opstookprotocol in eerste instantie bepaald te worden door de leverancier van de vloer. Vaak is dit de aannemer/vloerenlegger.
 
Heeft de vloerenleverancier geen eigen opstookprotocol? Dan kunt u ons opstookprotocol gebruiken. Dit is een algemeen advies, WTH is niet aansprakelijk voor eventuele schade die aan de vloer ontstaat. 
 

Vloerverwarming

Het verwarmen van woningen op basis van een lage temperatuur wordt steeds populairder. Dit komt onder andere doordat woningen steeds beter geïsoleerd zijn. Het is een energiezuinige manier van verwarmen, dus goed voor het milieu en de energierekening.
 
Of u ons opstookprotocol kunt toepassen hangt van het type verdeler af, dat op het verwarmingssysteem is aangesloten.
 

Laag temperatuur verdelers

Bij een laag temperatuur verdeler is de aanvoertemperatuur die door de cv-ketel of warmtepomp mag worden geleverd maximaal 50°C. Deze lage temperatuur kunt u instellen op het toestel, raadpleeg hiervoor de installateur of de handleiding van het toestel. Onze LT-N verdeler is een voorbeeld van een laag temperatuur verdeler. 

Hoog temperatuur verdelers

Bij een hoog temperatuur (HT) verdeler mag de primaire aanvoertemperatuur hoger zijn dan 50°C. De secundaire temperatuur van de vloerverwarmingsleidingen die mag worden geleverd is maximaal 50°C. De hoge temperatuur verdeler is een mengverdeler, hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van een circulatiepomp.
 
U kunt ons opstookprotocol dan ook alleen voor hoog temperatuur verdelers gebruiken. Onze RUH-N Verdeler is een voorbeeld van een hoog temperatuur verdeler.
 
 
De watertemperatuur is bij dit verwarmingssysteem wel op de verdeler in te stellen. Dit gebeurt met een thermostatisch regelelement op de verdeler. De ruimtethermostaat dient bij het opstoken ingesteld te zijn op 30 °C voor warmtevraag.
 
Het opstookprotocol is dan als volgt: